PASTOOR R. W. J. PETERS
Pastoor van de parochie Rijssen van 1921 tot 1967. Ridder in de Orde van Oranje-Nassau en Ere-Kanunnik van het (metropolitaan kapittel van het) Aartsbisdom Utrecht.
Van kapelaan naar pastoor
Remigius Wilhelmus Josephus Peters werd op 20 september 1875 te Duiven geboren als zoon van Gerardus Theodorus Peters (eigenaar van een pannenbakkerij) en Clara Wilhelmina Rutjes.
Op 15 augustus 1900 werd Peters in Utrecht tot priester gewijd. Hij was eerst kapelaan in Ankeveen en daarna kapelaan te Maarssen. In 1915 werd hij benoemd tot pastoor in Tilligte, waar hij met goed gevolg een nieuwe kerk liet bouwen.
Op 23 december 1921 werd Peters tot pastoor benoemd in Rijssen met – eveneens – de opdracht een nieuwe kerk te bouwen
Op zijn initiatief en onder architectuur van de architecten Joseph en Pierre Cuypers kwam een fraaie kerk aan de Rozengaarde tot stand.

Terdoodveroordeling
Pastoor Peters werd twee keer door de Duitsers gevangen genomen en de laatste keer is hij als door een wonder gespaard gebleven voor de ongenaakbare Duitse laars.
Peters: “Ik heb in de oorlog drie keer mot gehad met de moffen. De laatste keer hebben ze me hier in de pastorie ter dood veroordeeld. ’s Avonds om 7 uur zou ik de kogel krijgen omdat ik de voordeur niet had opengezet*.
* op aanplakbiljetten stond dat iedereen de voordeur moest openzetten voor inkwartiering.
Na de terdoodveroordeling kwam hij voor het Standgerecht, hij zou worden vrijgesproken als hij voor 19.00 uur 200 liter benzine zou leveren. Peters: “De volgende ochtend was de vijand verdwenen, we waren bevrijd!”
Verdiensten
Pastoor Peters heeft het verenigingsleven in Rijssen altijd krachtig gestimuleerd en de totstandkoming van het rooms-katholieke Rusthuis en het Louisahuis heeft zijn volledige steun gehad.
Onder zijn leiding werd de rooms-katholieke kerk aan de Rozengaarde gebouwd.
In augustus 1960 vierde de vitale pastoor zijn 60-jarig priesterfeest. Bij die gelegenheid werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.
Persoonlijk
Pastoor Peters was een fervent roker van sigaren. Hij was gek op zijn kanarie; de kooi hing boven zijn bureau. Volgens Peters kon de kanarie één toon wel vijftien tellen lang aanhouden.
Hij was tegen de afschaffing van het celibaat.